Binnen de maritieme sector worden machinekamers, machineruimtes, pompkamers en verfopslagen op marineschepen, vrachtschepen, tankers en cruiseschepen doorgaans beschermd door vaste gasgebaseerde blussystemen. CO2-totaalblusinstallaties zijn nog altijd de meest gangbare oplossing, aangevuld met clean-agent-systemen zoals FM-200 en NOVEC 1230, naast de legacy Halon-systemen die nog in bedrijf zijn op oudere schepen. Verifiëren dat deze systemen het blusmiddel daadwerkelijk in de juiste ruimte afleveren wanneer ze worden geactiveerd, is een essentieel onderdeel van het onderhoud tijdens de operationele inzet.
Het ontladen van een CO2- of clean-agent-systeem enkel om de integriteit van het leidingwerk te controleren, is zelden praktisch haalbaar. Het hervullen is kostbaar, de werkzaamheden verstoren de inzetbaarheid van het schip, en een CO2-ontlading brengt ernstige veiligheidsrisico’s met zich mee voor het personeel. Voor Halon is het lozen van het blusmiddel in de atmosfeer onder het Montreal Protocol niet langer toegestaan. Hierdoor blijft het leidingwerk van gassystemen vaak ongetest tussen de grote keuringen, terwijl puin, vuil of corrosie in lange afgifteleidingen onopgemerkt kunnen blijven.
SIRON pakt dit aan met een droge verificatiemethode die specifiek is ontwikkeld voor CO2- en clean-agent-systemen. Droge, gekleurde perslucht wordt door de afgifteleidingen gevoerd, stroomafwaarts van de hoofdkleppen, waarna het stromingstraject vanaf elke nozzle-uitlaat wordt gevolgd. Dit levert direct een visuele bevestiging op dat de leidingen en nozzles vrij zijn, en dat het blusmiddel elke beschermde zone in het juiste verdelingspatroon zal bereiken zonder dat er ook maar één kilogram blusmiddel hoeft te worden vrijgegeven. De procedure sluit aan op de eisen van SOLAS, de IMO en de grote classificatiebureaus (DNV, Lloyd’s Register, ABS, Bureau Veritas), waardoor zij geschikt is voor geplande in-service-keuringen, droogdokverblijven en havenaanlopen.